Mijn grootste angst is niet de dood, maar dementie. Het lijkt me een nachtmerrie als ik alles vergeet, verminderde spraak heb en m’n dagelijkse dingen niet meer kan doen. Maar als ik het krijg, hoop ik dat iedereen die me helpt me geruststelt. Vanuit die overtuiging deed ik vandaag de training ‘Samen dementievriendelijker’. Het riep een herinnering van eerder op, toen ik zelf geconfronteerd werd met een dement persoon.

Zomaar een situatie: de vrouw die verdwaald is in de stad, niet meer weet hoe ze thuis komt en denkt dat haar dochter – die achteraf in Australië blijkt te wonen – thuiskomt. Dit gebeurde me vorig jaar in een willekeurig grote stad in Nederland. De vrouw liep op haar pantoffels en sprak me aan. ‘Meneer, weet u waar mijn dochter is?’ Enigszins verbouwereerd wilde ik de vrouw helpen. Ik stel me voor en vraag wat ik voor haar kan doen, in de hoop dat ik het ‘maar goed doe: ‘Kunt u me vertellen wanneer mijn dochter komt? Ze zou vanavond nog langskomen’. Ik zeg dat ik niet weet waar ze is, maar dat we haar wel even kunnen bellen om te vragen of en wanneer ze komt’. 

Ik vraag mevrouw waar ze woont. Ze wijst naar een appartementencomplex met daaronder een Albert Heijn. Wat me opvalt is dat de beveiliger naar ons staat te kijken. Ondertussen maakt de vrouw aanstalten om naar haar portiek ingang te lopen, dus loop ik met haar mee. 

Ze doet de deur open en loopt naar binnen, maar vergeet mij – begrijpelijk – gedag te zeggen. Nadat ik mevrouw heb thuisgebracht, loop ik naar de beveiliger van Albert Heijn.

Die bevestigt mijn vermoeden: ‘dit komt vaker voor hoor, die mevrouw is dement’, zegt hij.

Het meest waardevolle vrijwilligerswerk

Het is dat ik een heel klein beetje weet hoe je met demente mensen om moet gaan. Niet vreemd, want via m’n moeder liep ik een korte tijd regelmatig op zondag op een gesloten afdeling voor dementerende bejaarden rond, als vrijwilliger. Daar hielp ik met de maaltijden en deed ik soms spelletjes met de mensen. 

Van alle ‘vrijwilligersbanen’ die ik gedaan heb, was dit de meest waardevolle. Enerzijds was het moeilijk om mensen ‘in die conditie’ te zien, maar anderzijds heb ik een paar mooie momenten mogen hebben met deze mensen. Denk aan een helder moment dat een bewoner van zo’n gesloten afdeling heeft. Onder het eten vroeg ik hem iets (wat weet ik niet meer), en hij antwoordde heel helder ‘ja’. Direct daarna was hij weer helemaal in z’n eigen wereld. Maar ik ben dankbaar; dankbaar dat ik hem even ‘een goed moment’ kon bezorgen.

(Tekst gaat verder onder dit kader)

Hoe ga je er GOED mee om?

G eruststellen

Praat op kalme toon. Stel jezelf voor. Spreek niet tegen, maar praat mee.

O ogcontact maken

Controleer of hij/zij je begrijpt. Gebruik korte zinnen. Stel één vraag per keer en geef iemand de tijd om te reageren.

E ven meedenken

Vraag of je mag helpen. Betrek hem/haar bij de oplossing en leef mee met de ideeën en wensen. Zeg wat je gaat doen.

D ankjewel

Sluit het gesprek positief af. Elke keer dat je GOED doet, maak je Nederland dementievriendelijker!

Training

Het is dan ook goed dat er een training ontwikkeld is om mensen met dementie in de meest basale situaties te kunnen helpen, vernam ik via Radio 1. Daar vertelde een NS-medewerker van Veiligheid & Service een bijdrage geleverd te hebben en er ook voor zorgt dat zijn collega’s de online cursus gaan volgen. Logischerwijs besluit ik de cursus ook te doen. Daar blijkt dat ik nog wel wat te leren heb…

Allereerst over die cursus, die gaat uit van een bepaald principe: ‘hoe ga je er GOED mee om? Wat doe je als je iemand met dementie herkent in jouw buurt? Doe GOED: Geruststellen, Oogcontact maken, Even meedenken, Dankjewel’.

Vier alledaagse situaties

De cursus zoomt in op vier alledaagse situaties. Eén iemand is – net als de dame in bovenstaand voorbeeld – verdwaald, een man weet niet hoe hij z’n boeken moet inleveren, weer een andere man denkt afgerekend te hebben voor zijn koffie (en weet niet hoe hij zich moet gedragen) en de laatste vrouw wil haar kleinkinderen op woensdagmiddag van school halen. 

Diverse vragen leiden me door de training heen. En soms zit ik er nog wel eens naast: zo heb ik in het geval van de man die niet afgerekend heeft het ‘iets te directe antwoord’ (‘u heeft nog niet betaald, klopt dat?’) gekozen, in plaats van: ‘kan ik u misschien helpen?’ Het belangrijkste – in ieder geval – is dat ik het gevalletje ‘GOED’ nu onder de knie heb.

Had ‘m graag eerder gehad

Het is goed dat er een online training is gekomen waarin stapsgewijs wordt uitgelegd hoe je een dementerend persoon in alledaagse situaties kunt helpen. Oprecht vraag ik me af of anderen – die geen demente mensen in hun omgeving hebben – weten hoe ze moeten handelen, als het nodig is. 

Zoals ik al eerder schreef, kon ik nog wel wat leren. Zo stelde ik in de situatie met de demente vrouw de verkeerde vragen, was ik misschien ‘te lang van stof’ en heb ik haar onvoldoende vertrouwen gegeven. Ik had ‘m dan ook graag eerder gevolgd. Wat er wel al goed in zat, was oplossingsgericht denken. Ik mag gerust zijn: ik was in ieder geval goed op weg.

Deze online training over dementie is via deze link te volgen. Een aanrader, want je weet op die manier hoe je kunt handelen als je een dement persoon tegenkomt.